ECLI:NL:CRVB:2005:AS4007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening besluit Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945
Eiseres, geboren in 1932 in het voormalige Nederlands Indië, diende in juli 2000 een aanvraag in op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde onder meer getuige te zijn geweest van mishandeling van haar vader tijdens diens krijgsgevangenschap en mishandeling van haarzelf en haar moeder door de Kempetai tijdens de Japanse bezetting.
Verweerster wees de aanvraag in 2001 af wegens gebrek aan bevestiging van de genoemde gebeurtenissen, waarop eiseres geen rechtsmiddelen instelde. In 2003 verzocht eiseres om herziening van het besluit, met nieuwe getuigenverklaringen ter bevestiging van haar beweringen. Dit verzoek werd door verweerster afgewezen en gehandhaafd na bezwaar.
De Raad overwoog dat de bevoegdheid tot herziening discretionair is en dat de verklaringen van de getuigen onvoldoende bevestiging boden, mede omdat de ouders van eiseres in hun eigen aanvragen geen melding maakten van de door eiseres genoemde mishandelingen. Hoewel erkend werd dat eiseres als kind angstige ervaringen had, was er onvoldoende helderheid om het eerdere besluit te wijzigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot herziening van het besluit wordt afgewezen.