Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2005:AS4049

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1212 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.R. Geerling-Brouwer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Opposant had beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Hiertegen stelde opposant verzet in en voerde als reden ernstige medische omstandigheden, waaronder het overlijden van zijn dochter.

De Raad behandelde het verzet op zitting, waar opposant niet verscheen. Gezien de ingediende medische verklaring oordeelde de Raad dat deze onvoldoende bewijs leverde dat opposant gedurende de gehele beroepstermijn niet in staat was een beroepschrift in te dienen of dit door een gemachtigde te laten doen.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de niet-ontvankelijkverklaring in stand. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Deze uitspraak bevestigt het belang van tijdige indiening van beroep en strikte toepassing van termijnen in bestuursrechtelijke procedures, ook bij persoonlijke omstandigheden.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/1212 WUV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats] (USA), opposant,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 27 mei 2004 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit d.d. 31 oktober 2003 niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de voor het indienen van beroep geldende termijn.
Tegen deze uitspraak is door opposant verzet gedaan. Bij faxbericht van 3 december 2004 heeft opposant zijn verzet nader toegelicht en een medische verklaring ingezonden.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 9 december 2004. Daar is opposant niet verschenen. Geopposeerde heeft zich laten vertegenwoordigen door J.J.G.A.Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
De Raad stelt vast dat in verzet geen gronden naar voren zijn gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.
Hiertoe heeft de Raad overwogen dat hetgeen opposant in verzet naar voren heeft gebracht niet leidt tot het oordeel dat opposant met het te laat indienen van zijn beroepschrift niet in verzuim is geweest.
De door opposant aangegeven reden, te weten het te kampen hebben gehad met ernstige medische omstandigheden (naast het overlijden van zijn dochter), steunt niet op enige medische onderbouwing waaruit zou kunnen blijken dat opposant gedurende de gehele beroepstermijn buiten staat is geweest een - desnoods summier - beroepschrift in te dienen dan wel door een gemachtigde in te laten dienen.
Dit laatste is naar het oordeel van de Raad niet af te leiden uit het ingezonden attest d.d. 2 december 2004 van L. Camacho, M.D. te Houston (USA).
Uit het vorenstaande volgt dat het door opposant gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb, inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. H.R. Geerling-Brouwer, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2005.
(get.) H.R. Geerling-Brouwer.
(get.) E. Heemsbergen.