ECLI:NL:CRVB:2005:AS4061

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/877 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.R. Geerling-Brouwer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring van beroep wegens termijnoverschrijding bevestigd

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet van opposante tegen de eerdere uitspraak waarin haar beroep niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege termijnoverschrijding. De Raad stelde vast dat het bestreden besluit op de juiste wijze aan opposante was bekendgemaakt en tijdig was aangeboden door de Posterijen. Opposante had geen actie ondernomen na de eerste aanbieding.

De Raad oordeelde dat het ontbreken van een vermelding over de beroepstermijn bij de tweede verzending niet tot disculpatie van opposante leidt, aangezien dit niet wettelijk verplicht is. Ook was niet aannemelijk dat een ingediend inlichtingenformulier als tijdig beroepschrift kon worden opgevat, omdat dit voor geopposeerde niet kenbaar was.

Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat opposante niet in verzuim was. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring gehandhaafd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep gehandhaafd wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/877 WUV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats], opposante,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 27 mei 2004 het namens opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit d.d. 28 november 2003 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.
Tegen die uitspraak is namens opposante verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 9 december 2004. Daar is opposante in persoon verschenen bijgestaan door haar raadsvrouwe mr. A. Bierenbroodspot, advocaat te Amsterdam. Geopposeerde heeft zich laten vertegenwoordigen door J.J.G.A Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
De Raad stelt vast dat opposante in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.
De Raad neemt daartoe in aanmerking dat op basis van de gedingstukken aangenomen moet worden dat het bestreden besluit op de voorgeschreven wijze aan opposante is bekendgemaakt en aan haar door de Posterijen op 1 december 2003 voor het eerst is aangeboden. Van deze aanbieding is bericht achtergelaten, op welk bericht opposante geen aktie heeft ondernomen.
Het gegeven dat bij de tweede verzending van het bestreden besluit op 31 december 2003 door geopposeerde niet is vermeld dat de beroepstermijn zou eindigen op 9 januari 2004 kan opposante niet disculperen nu zodanige vermelding niet krachtens de Awb is voorgeschreven.
De namens opposante naar voren gebrachte stelling dat geopposeerde een op 10 december 2003 door opposante ingediend inlichtingenformulier als (tijdig) beroepschrift naar de Raad had dienen door te zenden, kan de Raad niet onderschrijven, nu voor geopposeerde op geen enkele wijze kenbaar was dat dit formulier (mede) als beroep tegen het bestreden besluit moest worden opgevat.
Uit het vorenstaande volgt dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposante niet in verzuim is geweest. Dit betekent dat het namens opposante gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. H.R. Geerling-Brouwer, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2005.
(get.) H.R. Geerling-Brouwer.
(get.) E. Heemsbergen.