ECLI:NL:CRVB:2005:AS4077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- M. Gunter
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldige herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende onderzoek psychische klachten
Appellant, sinds 1972 werkzaam als assemblagemedewerker, kreeg in 1979 een WAO-uitkering toegekend wegens lichamelijke klachten. In 2000 werd deze uitkering herzien en verlaagd, waarna appellant bezwaar maakte met het argument dat zijn psychische klachten onvoldoende waren onderzocht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat het nieuwe besluit eveneens onzorgvuldig is voorbereid omdat onvoldoende rekening is gehouden met de ernstige psychische aandoeningen die appellant sinds april 2000 heeft.
De Raad stelt vast dat de somatische beperkingen juist zijn ingeschat, maar dat de psychische klachten zoals het angstig-depressief syndroom onvoldoende zijn meegewogen bij de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 8 januari 2001. Omdat appellant niet in Nederland is onderzocht en de verzekeringsarts twijfels had over de ernst van de aandoening, is de medische grondslag onvoldoende zorgvuldig.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt gedaagde een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de psychische klachten. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde tot betaling van renteschade en proceskosten aan appellant. De zaak benadrukt het belang van een volledige en zorgvuldige medische beoordeling bij herziening van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding en gedaagde wordt veroordeeld tot een nieuwe zorgvuldige beslissing en betaling van renteschade.