ECLI:NL:CRVB:2005:AS4155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep na gewijzigde beslissing op bezwaar Ziektewet
Appellante was het niet eens met een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarbij haar ziekengeld werd stopgezet vanaf 3 juni 2002, omdat zij niet langer arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep werd het bezwaar alsnog gegrond verklaard door een gewijzigde beslissing op bezwaar van 17 december 2004, waarbij appellante met terugwerkende kracht ziekengeld werd toegekend.
Hierdoor verviel het belang bij het hoger beroep, zodat de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Er was geen verzoek om schadevergoeding ingediend, waardoor het bestreden besluit als ingetrokken kon worden beschouwd.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten van appellante in zowel eerste aanleg als hoger beroep en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed. De uitspraak werd gedaan op 19 januari 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar gegrond werd verklaard en ziekengeld werd toegekend.