ECLI:NL:CRVB:2005:AS4175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende onderbouwing van arbeidsongeschiktheidsschatting bij visuele en rugklachten
Appellant, geboren in 1947, viel in 1999 uit wegens rugklachten en visuele beperkingen, waaronder hemianopsie en gezichtsverlies. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 25-35% met een uitkering vanaf augustus 2000. De rechtbank Rotterdam corrigeerde dit percentage naar 35-45%, waarbij zij bepaalde functies ongeschikt achtte en andere geschikt verklaarde.
In hoger beroep stelde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn visuele beperkingen en rugklachten, waardoor meerdere functies ongeschikt waren. Deskundige Heerema bevestigde deze ongeschiktheid, met name voor functies als monteur en samensteller, vanwege de visuele en fysieke eisen. De bezwaarverzekeringsarts Lustenhouwer betwistte dit, maar kon de Raad niet overtuigen.
De Raad concludeerde dat de arbeidskundige grondslag van de schatting niet standhoudt en vernietigde het besluit van 6 december 2002. Het hoger beroep tegen dit besluit werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en gedaagde werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Raad verklaarde het hoger beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het besluit van 6 december 2002 wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de arbeidsongeschiktheidsschatting.