ECLI:NL:CRVB:2005:AS4530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen van besluit vaststelling dagloon WAO
Appellant verzocht om terug te komen op een eerder ambtshalve genomen besluit uit 1995 waarbij zijn dagloon voor de WAO-uitkering was vastgesteld. Dit verzoek werd door gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, afgewezen omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een herziening konden rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de zitting verschenen partijen niet, maar de Raad heeft de zaak inhoudelijk beoordeeld.
De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om het verzoek af te wijzen zonder nader onderzoek, omdat appellant niet voldeed aan de vereisten van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Er was geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden die het terugkomen op het eerdere besluit konden rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het eerdere oordeel en wees het hoger beroep af. Tevens werd geoordeeld dat geen gronden aanwezig waren voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd op 20 januari 2005 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het besluit tot vaststelling van het dagloon wordt afgewezen wegens gebrek aan nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.