ECLI:NL:CRVB:2005:AS4570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Toekenning WW-uitkering en vergoeding wettelijke rente na vernietiging besluit UWV
Appellant werd bij besluit van 23 oktober 2001 de WW-uitkering ontzegd met ingang van 1 augustus 2001. Het bezwaar tegen dit besluit werd door het UWV ongegrond verklaard en de rechtbank Leeuwarden bevestigde dit. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep heeft het UWV uiteindelijk besloten het oorspronkelijke besluit niet langer te handhaven en een nieuwe beslissing genomen waarbij de WW-uitkering alsnog werd toegekend met ingang van 1 januari 2002.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de wettelijke rente over de nabetaling van de uitkering, met ingang van 1 december 2001, en tot betaling van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Partijen stemden in met het achterwege laten van een mondelinge behandeling. De uitspraak werd gedaan door mr. M.A. Hoogeveen, met griffier R.B.E. van Nimwegen, op 26 januari 2005. De Raad verwees voor de renteberekening naar een eerdere uitspraak uit 1995.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente, proceskosten en griffierecht.