ECLI:NL:CRVB:2005:AS4601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant had zijn WW-uitkering met ingang van 29 maart 2001 met 20% gedurende 16 weken verlaagd gekregen omdat hij onvoldoende had getracht passende arbeid te verkrijgen. Hij stelde in hoger beroep dat hij wel inspanningen had verricht door zich bij uitzendbureaus in te schrijven en bij mensen te informeren, maar niet had gesolliciteerd vanwege een gebrek aan vacatures en fysieke en psychische beperkingen.
De Raad overwoog dat appellant zelf had verklaard na 5 augustus 2000 niet daadwerkelijk te hebben gesolliciteerd. Gezien het niveau van het werk waarvoor hij zich beschikbaar stelde, waren er geen aanwijzingen dat er geen vacatures waren. De door appellant genoemde beperkingen deden hier niet aan af. Door geen sollicitaties te versturen, had appellant elke mogelijkheid om werk te verkrijgen uitgesloten.
De Raad kon de overige inspanningen zoals informeren en inschrijven bij uitzendbureaus niet honoreren omdat daarvoor geen bewijs was overgelegd. Het hoger beroep kon daarom niet slagen en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd. Er waren geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 20% gedurende 16 weken wordt bevestigd wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen.