ECLI:NL:CRVB:2005:AS4630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na tegemoetkoming bezwaren en proceskostenveroordeling
Appellanten werden door besluiten van 13 december 2002 hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor openstaande premies over 2001. Hun bezwaren werden bij besluiten van 1 juli 2003 ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam wees het beroep van appellanten op 25 juni 2004 af. Appellanten stelden hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Naar aanleiding van het aanvullend beroepschrift gaf gedaagde op 21 oktober 2004 nieuwe besluiten die volledig tegemoet kwamen aan de bezwaren van appellanten. Hierdoor bestond geen belang meer bij inhoudelijke behandeling van het hoger beroep, dat daarom niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Raad veroordeelde gedaagde op grond van artikel 8:75 Awb Pro in de proceskosten van appellanten in eerste aanleg, vastgesteld op € 322,-- voor verleende rechtsbijstand. Vergoeding voor hulp bij het opstellen van het hoger beroepschrift werd afgewezen omdat dit geen formele proceshandeling betrof. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 164,--.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en gedaagde wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.