ECLI:NL:CRVB:2005:AS4634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling gedifferentieerde WAO-premie voor 2002 en 2003
Appellante betwistte de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premies voor de jaren 2002 en 2003 door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Deze premies waren gebaseerd op de aan twee ex-werknemers uitbetaalde WAO-uitkeringen in de refertejaren 2000 en 2001. De ex-werknemers waren arbeidsgehandicapt en hadden tijdens hun dienstverband bij appellante een loonkostensubsidie ontvangen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond, stellende dat de no-risk polis niet van toepassing was omdat de arbeidsongeschiktheid was ingetreden tijdens het dienstverband dat vóór 1 januari 1998 was aangegaan. Appellante ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat artikel 76f, vijfde lid, onder c, van de WAO niet van toepassing was, omdat de betreffende dienstverbanden vóór 1 januari 1998 waren aangegaan.
De Raad overwoog verder dat artikel 84 van Pro de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten expliciet bepaalt dat de no-risk polis alleen geldt voor dienstverbanden die op of na 1 januari 1998 zijn aangegaan. Gezien deze wettelijke bepalingen en de feiten achtte de Raad geen grond om de besluiten van het UWV te vernietigen. De aangevallen uitspraken werden daarom bevestigd.
Tot slot oordeelde de Raad dat geen toepassing kon worden gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarmee het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premies voor 2002 en 2003 en wijst het hoger beroep van appellante af.