ECLI:NL:CRVB:2005:AS4637
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening WW-dagloon zonder structureel overwerk
Appellant was werkzaam als productiemedewerker en ontving vanaf 24 mei 2001 een WW-uitkering met een dagloon vastgesteld op basis van 32,5 arbeidsuren per week. Appellant betwistte deze berekening omdat hij meende dat structureel overwerk meegeteld moest worden bij de vaststelling van het dagloon. De Raad oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat de meeruren onderdeel waren geworden van de arbeidsovereenkomst en dat deze uren niet inherent waren aan de functie.
De Raad stelde vast dat appellant geen toepasselijke CAO had en niet verplicht was structureel meer dan 32,5 uur per week te werken. De meeruren werden daarom aangemerkt als overwerk dat volgens de geldende regelgeving buiten beschouwing blijft bij de dagloonvaststelling. Het beroep op het rechtsvermoeden door appellant werd verworpen omdat er geen aanwijzingen waren dat de berekening onjuist was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het eerdere oordeel van de rechtbank Arnhem en het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De berekening van het dagloon werd als juist beoordeeld en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het dagloon wordt bevestigd op basis van 32,5 uur per week zonder structureel overwerk mee te rekenen.