ECLI:NL:CRVB:2005:AS4745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten uit werkzaamheden
Appellant ontving sinds 1996 een bijstandsuitkering. Deze werd met ingang van 1 april 2001 beëindigd omdat hij inkomsten uit werkzaamheden als dagbladbezorger had verzwegen. Het bezwaar tegen deze beëindiging werd ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep daarop eveneens ongegrond.
In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep het besluit en de uitspraak van de rechtbank omdat de enkele schending van de inlichtingenverplichting niet voldoende is om het recht op bijstand te ontzeggen. Desondanks laat de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de inkomsten van appellant de bijstandsnorm ruimschoots overschreden.
Appellant voerde aan dat hij hoge onkosten had, maar deze waren niet concreet onderbouwd en werden niet volledig in mindering gebracht. De Raad acht aannemelijk dat de inkomsten hoger waren dan de bijstandsnorm, waardoor beëindiging gerechtvaardigd was. De Raad veroordeelt de gemeente tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; de gemeente wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.