ECLI:NL:CRVB:2005:AS4891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vermindering om te zetten maanden prestatiebeurs bij verwante mbo-opleiding niet gerechtvaardigd
Appellante had na het behalen van een diploma in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) zich ingeschreven voor een hbo-opleiding. Gedaagde had het aantal om te zetten maanden van haar prestatiebeurs met 12 verminderd op grond van artikel 5.8 WSF 2000 en artikel 7.31a WHW, omdat zij een verwante mbo-opleiding had gevolgd.
Appellante voerde aan dat zij ondanks het mbo-diploma niet was vrijgesteld van tentamens in het hbo, waardoor het onredelijk was om de vermindering toe te passen. De Raad oordeelde dat het verschil in benaming en inschrijving aan verschillende hogescholen niet automatisch betekent dat sprake is van een andere opleiding met wezenlijk verschillende leerdoelen.
De verklaring van de directeur van de Fontys Hogeschool bevestigde dat appellante niet was vrijgesteld van tentamens, wat duidt op grote gelijkenis tussen de opleidingen. De Raad concludeerde dat het besluit van gedaagde om de prestatiebeurs volledig om te zetten in een gift niet onjuist was, maar dat het besluit tot vermindering van de om te zetten maanden niet op juiste gronden was genomen.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd gedaagde opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.