ECLI:NL:CRVB:2005:AS4918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WAZ-uitkering wegens onjuiste grondslagberekening en schending reformatio in peius
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin haar WAZ-uitkering werd vastgesteld op basis van een arbeidsongeschiktheid van 65-80% en een grondslag van f 22,05 per dag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door een lagere mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen dan in het bestreden besluit was opgenomen, wat in strijd is met artikel 8:69 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en het verbod op reformatio in peius. Daarnaast bleek dat de grondslagberekening onjuist was uitgevoerd, waarbij verkeerde gegevens en een onjuiste berekening van het WAO-dagloon waren gehanteerd.
Gezien deze fouten vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellante in zowel beroep als hoger beroep, alsmede tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Hiermee is de procedure in het voordeel van appellante beslecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.