ECLI:NL:CRVB:2005:AS5039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt weigering WAO-uitkering en toepassing besluit uurloonschatting
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank Breda die het besluit van 23 juli 2002 vernietigde. Dit besluit betrof de weigering om aan gedaagde een WAO-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard vanwege gebreken in de arbeidskundige onderbouwing, met name de omvang van de geselecteerde functies onder fb-codes 9109 en 9714. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de functieselectie volgens stap 2 van het Besluit uurloonschatting 1999 (BUS) voldoende realiteitswaarde heeft en voldoet aan de vaste jurisprudentie.
De Raad bevestigt dat de geselecteerde functies passend zijn voor een deeltijdwerkende zonder medische urenbeperking en verklaart het beroep tegen het besluit van 23 juli 2002 alsnog ongegrond. Tevens wordt de proceskostenveroordeling teruggebracht tot €161,-, uitsluitend voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 23 juli 2002 wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.