ECLI:NL:CRVB:2005:AS5202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
In deze zaak staat de weigering van een WAO-uitkering centraal, waarbij de erven van betrokkene hoger beroep instelden tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Assen. Betrokkene werd beoordeeld als minder dan 15% arbeidsongeschikt, waardoor geen recht op uitkering bestond. De grieven van appellanten richten zich met name op de medische beoordeling van de beperkingen van betrokkene.
De rechtbank had geoordeeld dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van het UWV dat betrokkene nog in staat was om passende werkzaamheden te verrichten. Deze beoordeling was gebaseerd op diverse medische rapporten en het ontbreken van nieuwe onderbouwde medische gegevens van appellanten.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan en oordeelt dat het UWV de beperkingen van betrokkene juist heeft gewaardeerd. Het medisch onderzoek uit 1994 is als voldoende zorgvuldig beoordeeld en er zijn geen actuele medische gegevens aangevoerd die het tegendeel bewijzen. Ook de verklaringen van huisarts en fysiotherapeut bieden geen steun voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.