ECLI:NL:CRVB:2005:AS5223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAZ-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 25-35%
Appellant, een zelfstandige werkzaam in een exportbedrijf, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens klachten zoals doofheid, concentratiestoornissen en een hypofysetumor. Gedaagde kende een uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 25-35%.
Appellant stelde dat hij zwaardere beperkingen had dan vastgesteld, maar medische onderzoeken en rapporten van behandelend artsen en psycholoog boden geen eenduidige of objectieve onderbouwing voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad overwoog dat arbeidsongeschiktheid alleen kan worden aangenomen indien objectief medisch is vastgesteld dat de verzekerde niet in staat is tot passende arbeid. Dit criterium was niet vervuld voor appellant. De Raad wees verzoeken om aanvullende inlichtingen van behandelend artsen af en accepteerde de arbeidskundige schatting van gedaagde.
Daarmee werd het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De toekenning van de WAZ-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 25-35% wordt bevestigd, bezwaar ongegrond verklaard.