ECLI:NL:CRVB:2005:AS5252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, voormalig administratief medewerker, viel in 1998 uit wegens diverse gezondheidsklachten en ontving aanvankelijk een WAO-uitkering van 35-45% arbeidsongeschiktheid. Deze werd in mei 2001 herzien naar 80-100%. Bij besluit van 15 maart 2002 stelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw vast op 45-55% met ingang van 16 mei 2002.
De medische basis voor deze herziening bestond uit rapportages van verzekeringsarts Grubben en arbeidsdeskundige Hupperetz, die functies aanwijzen die appellant met zijn beperkingen kan vervullen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak na zorgvuldige toetsing van het medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij geen tegenbewijs van appellant werd overgelegd.
De Raad acht de gehanteerde belastbaarheidspatronen en functieduidingen passend en concludeert dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering op 45-55% arbeidsongeschiktheid.