ECLI:NL:CRVB:2005:AS5256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig maatvoerder, ontving sinds 1989 een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2001 werd deze mate bij besluit van 14 maart 2001 verlaagd tot 35 tot 45%, later bij besluit van 9 april 2002 aangepast naar 45 tot 55%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede besluit af.
Appellant stelde in hoger beroep dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn longklachten, psychische problematiek en energetische beperkingen, met name bij tillen, duwen en trekken. De Raad overwoog dat de medische en arbeidskundige rapporten, waaronder die van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundigen, zorgvuldig waren beoordeeld en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
De Raad concludeerde dat het tweede besluit rechtmatig is en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien om de proceskosten toe te wijzen aan appellant. Het hoger beroep werd afgewezen, waarmee de herziening van de WAO-uitkering definitief is bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.