ECLI:NL:CRVB:2005:AS5648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en passende functies volgens WAO
Appellant betwistte de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), waarbij hij stelde dat zijn medische beperkingen waren onderschat en dat hij niet geschikt was voor de geselecteerde functies vanwege gebrek aan opleiding en affiniteit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt het deel van de uitspraak dat de brief van 9 januari 2002 betrof, omdat deze brief geen zelfstandig rechtsgevolg had maar slechts uitvoering gaf aan het eerdere besluit van 10 oktober 2001.
De Raad oordeelt dat de medische beperkingen van appellant correct waren vastgesteld door de verzekeringsartsen en dat de geselecteerde functies (assemblagemedewerker, stikster en printmonteur) passend zijn gezien zijn medische situatie en bekwaamheden. De Raad stelt dat affiniteit in dit kader geen persoonlijke voorkeur betreft, maar een vaardigheid die niet is aangetoond als belemmerend.
De vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op 25 tot 35% wordt bevestigd, evenals de daarbij behorende uitkering. Daarnaast veroordeelt de Raad het Uwv tot betaling van de proceskosten en het betaalde recht aan appellant.
Uitkomst: De Raad bevestigt de vaststelling van 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid en veroordeelt het Uwv tot betaling van proceskosten.