ECLI:NL:CRVB:2005:AS5650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatmanloon en mate van arbeidsongeschiktheid zelfstandige volgens WAZ
Appellant verzocht om een uitkering op grond van de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze toe te kennen omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn na afloop van de wachttijd.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat het maatmanloon op basis van vijf in plaats van drie boekjaren berekend moest worden en dat de fiscale winst onbillijk was vanwege mutaties zoals de storno reserve. Ook stelde hij dat de mate van arbeidsongeschiktheid onjuist was vastgesteld vanwege medische beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de wettelijke bepalingen geen grondslag bieden voor het hanteren van vijf boekjaren en dat de fiscale netto-winst over drie boekjaren als uitgangspunt geldt. De fiscale winst, inclusief de storno reserve, wordt als maatstaf gebruikt omdat hierover premie is betaald. De medische gronden boden onvoldoende aanknopingspunten voor herziening van de mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en dat geen aanleiding bestaat voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep wordt daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat het maatmanloon en de mate van arbeidsongeschiktheid correct zijn vastgesteld.