ECLI:NL:CRVB:2005:AS5656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Geen arbeidsongeschiktheid vastgesteld bij fibromyalgie zonder objectieve beperkingen
Gedaagde, voltijds socio-therapeutisch medewerker, viel uit wegens klachten waaronder spier- en gewrichtspijn. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen en specialisten werd de diagnose fibromyalgie gesteld, maar zonder objectief vastgestelde beperkingen die arbeidsongeschiktheid kunnen rechtvaardigen. Appellant, het UWV, weigerde daarom een WAO-uitkering toe te kennen.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de klachten en beperkingen onvoldoende werden meegewogen, mede gelet op jurisprudentie die niet alleen objectieve ziektebeelden maar ook samenhangende beperkingen in aanmerking neemt. In hoger beroep bevestigde de Raad het standpunt van het UWV dat de objectiveringseis strikt is en dat fibromyalgie, gebaseerd op subjectieve klachten zonder objectieve bevindingen, onvoldoende is voor arbeidsongeschiktheid.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het besluit van het UWV in stand bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak benadrukt de noodzaak van objectieve medische gronden voor het aannemen van arbeidsongeschiktheid onder de WAO.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering blijft in stand.