ECLI:NL:CRVB:2005:AS5674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheidsbesluit voor conciërge ondanks polsklachten
Appellant, werkzaam als conciërge, viel op 31 mei 1999 uit wegens polsklachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde hem per 29 mei 2000 een WAO-uitkering toe te kennen, omdat hij arbeidsgeschikt werd geacht voor zijn eigen werk. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt was vanwege aanhoudende klachten na operaties aan beide polsen.
De rechtbank ’s-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Zij baseerde zich op medisch onderzoek en informatie van behandelend artsen, waaronder een plastisch chirurg, die geen zwaardere beperkingen per 29 mei 2000 vaststelden. De Raad overwoog dat de latere verslechtering van de gezondheidstoestand geen invloed heeft op het belastbaarheidspatroon dat ten grondslag lag aan de beoordeling.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat appellant met inachtneming van de vastgestelde beperkingen in staat is zijn maatmanfunctie als conciërge uit te oefenen. Nieuwe medische feiten of gezichtspunten zijn niet naar voren gebracht die tot een ander oordeel leiden.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant per 29 mei 2000 arbeidsgeschikt is voor zijn functie als conciërge en wijst het beroep af.