ECLI:NL:CRVB:2005:AS5833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over boete wegens niet tijdige melding loonsomwijziging
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en een werkgever die een bakkersbedrijf exploiteert. De werkgever had na inzending van de jaarloonopgaven over 2000 geen tijdige melding gedaan van een loonsomwijziging, terwijl het totaal van de premielonen meer dan 5% afweek van de voorschotnota. Het UWV legde daarop een boete op wegens schending van de mededelingsverplichting.
De rechtbank Rotterdam had het beroep van de werkgever gegrond verklaard, onder meer omdat in 1999 een herstructurering had plaatsgevonden waarbij drie vennootschappen onder firma waren opgericht, waardoor het aantal werknemers onjuist zou zijn vastgesteld. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat niet is gebleken dat de herstructurering feitelijk heeft geleid tot een overdracht van personeel. De werkgever heeft in de loonopgave 2000 het voltallige personeel verantwoord, en het UWV heeft terecht geconcludeerd dat de loonsom meer dan 5% afweek. Bovendien is vastgesteld dat voor de drie vennootschappen per 1 januari 2001 nieuwe aansluitingsnummers zijn gerealiseerd, wat niet is betwist.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De boete en verzuimregistratie blijven daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de werkgever ongegrond.