ECLI:NL:CRVB:2005:AS6258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit ondanks betwisting arbeidsongeschiktheid
Appellante betwistte de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheidspercentage van 35-45% door het UWV en stelde dat haar beperkingen, waaronder sensorische overprikkeling en een medische urenbeperking, onvoldoende in aanmerking waren genomen. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank Zwolle dat de besluiten van het UWV terecht waren genomen.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd het rapport van een arbeidsdeskundige overgelegd ter onderbouwing van appellantes standpunt. Het UWV handhaafde haar eerdere standpunt en voerde een contra-rapport in. De Raad stelde zich achter de beoordeling van het UWV en de rechtbank, waarbij werd overwogen dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid was gebaseerd passend waren, met uitzondering van functies waarvoor een HAVO-diploma vereist was.
De Raad concludeerde dat de theoretische schatting van de arbeidsongeschiktheid op basis van geschikte functies met mediane loonwaarden een percentage van circa 35,8% oplevert. De argumenten van appellante over haar huidige parttime baan en sensorische overprikkeling konden dit oordeel niet ondermijnen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 35-45% wordt bevestigd.