ECLI:NL:CRVB:2005:AS6395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WAO-besluiten wegens onjuiste medische grondslag en toekenning proceskosten
Appellante was sinds 30 juli 1997 arbeidsongeschikt gemeld vanwege buik- en spanningsklachten en werd door het UWV ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse 45 tot 55% vanaf 29 juli 1998. Na herbeoordeling bleef deze mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd vastgesteld. De rechtbank verklaarde eerder de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij vanaf 29 juli 1998 volledig arbeidsongeschikt was vanwege psychische beperkingen, gesteund op een rapport van psychiater Kuilman. De Raad schakelde een onafhankelijke deskundige, psychiater Kazemier, in die concludeerde dat appellante op genoemde data leed aan een niet in remissie zijnde depressie en niet in staat was tot de verrichte werkzaamheden.
De Raad oordeelde dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige leidend is, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om hiervan af te wijken, welke hier niet aanwezig waren. De bestaande besluiten berusten op een onjuiste medische grondslag en werden vernietigd. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: De WAO-besluiten worden vernietigd wegens onjuiste medische grondslag en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.