ECLI:NL:CRVB:2005:AS6695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht en privaatrechtelijke dienstbetrekking sportschoolmedewerkers
Appellant exploiteert een sportschool en stelde zich in bezwaar tegen een besluit van het bestuursorgaan waarin verzekeringsplicht werd vastgesteld voor haar sportinstructeurs, balie-/barmedewerkers en medisch begeleider over de jaren 1995 tot en met 2000.
De rechtbank had het bezwaar deels gegrond verklaard, maar de Raad bevestigt dat er sprake is van privaatrechtelijke dienstbetrekkingen tussen appellant en de sportinstructeurs en balie-/barmedewerkers. Dit volgt uit de verplichting tot persoonlijke dienstverrichting, de gezagsverhouding, en de loonbetalingen die als tegenprestatie zijn aangemerkt.
De Raad oordeelt dat de twijfel over de dienstbetrekking van de medisch begeleider niet in het voordeel van appellant kan worden uitgelegd vanwege onvolledige administratie. Daarnaast is geen aannemelijke dubbeltelling in de loonkosten vastgesteld.
Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard, terwijl het hoger beroep van het bestuursorgaan slaagt ten aanzien van de verzekeringsplicht voor betrokkene, die ondanks ziekte feitelijk werkzaamheden bleef verrichten. De uitspraak van de rechtbank wordt voor het overige bevestigd.
Uitkomst: De verzekeringsplicht voor sportinstructeurs en balie-/barmedewerkers wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.