ECLI:NL:CRVB:2005:AS6697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- A. van Netten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herstelverklaring wegens ontbreken medische belemmeringen voor arbeid
Appellant, werkzaam als opruimer in de bouw, werd per 5 maart 2001 door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) hersteld verklaard, omdat hij niet langer wegens ziekte of gebrek ongeschikt werd geacht voor zijn werkzaamheden. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat hij vanwege psychische klachten niet in staat was arbeid te verrichten en dat onvoldoende onderzoek was gedaan.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat appellant in staat was elk soort werk te verrichten. De verklaring van psychiater Jessurun werd niet doorslaggevend geacht, mede omdat er geen geregeld contact was en geen ernstige psychische symptomen waren vastgesteld. In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank ten onrechte de verklaring van de psychiater had genegeerd en dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Er was geen aanleiding voor nader medisch onderzoek, de verzekeringsarts en huisarts constateerden geen psychische klachten, en er was geen bewijs dat appellant rond 5 maart 2001 door de psychiater was gezien. Het besluit van het Uwv om appellant per genoemde datum hersteld te verklaren en geen ziekengeld toe te kennen wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant per 5 maart 2001 terecht hersteld is verklaard en geen ziekengeld ontvangt.