ECLI:NL:CRVB:2005:AS6718

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/6454 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:75a AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in sociale zekerheidszaak

Verzoekster heeft haar hoger beroep ingetrokken nadat gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, aan haar tegemoet is gekomen. Verzoekster heeft vervolgens verzocht om proceskostenvergoeding. Gedaagde heeft geen verweerschrift ingediend en beide partijen stemden in met afdoening buiten zitting.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht aanleiding bestaat om gedaagde te veroordelen tot betaling van de proceskosten van verzoekster, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

Daarnaast wordt bepaald dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het door verzoekster betaalde griffierecht van € 87,- dient te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt veroordeeld tot betaling van € 322,- proceskosten en vergoeding van € 87,- griffierecht aan verzoekster.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
03/6454 WAO
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht inzake de kosten van het geding tussen:
[verzoekster], wonende te [woonplaats], appellante, thans verzoekster,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. INLEIDING
Bij schrijven van 19 april 2004 heeft mr. E. Hoek als gemachtigde van verzoekster het door haar ingestelde hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht gedaagde in de proceskosten te veroordelen.
Gedaagde heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Elk der partijen heeft, desgevraagd, schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.
II. MOTIVERING
Nu het hoger beroep is ingetrokken omdat gedaagde aan verzoekster is tegemoet gekomen, is er aanleiding om gedaagde met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de kosten van verzoekster, welke met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep..
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag groot € 322,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het door haar betaalde griffierecht van € 87,- vergoedt.
Aldus gegeven door mr. Ch. van Voorst in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2005
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.