ECLI:NL:CRVB:2005:AS6718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in sociale zekerheidszaak
Verzoekster heeft haar hoger beroep ingetrokken nadat gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, aan haar tegemoet is gekomen. Verzoekster heeft vervolgens verzocht om proceskostenvergoeding. Gedaagde heeft geen verweerschrift ingediend en beide partijen stemden in met afdoening buiten zitting.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht aanleiding bestaat om gedaagde te veroordelen tot betaling van de proceskosten van verzoekster, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
Daarnaast wordt bepaald dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het door verzoekster betaalde griffierecht van € 87,- dient te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt veroordeeld tot betaling van € 322,- proceskosten en vergoeding van € 87,- griffierecht aan verzoekster.