ECLI:NL:CRVB:2005:AS7338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Geen bijstand met terugwerkende kracht zonder bijzondere omstandigheden
Appellante heeft bijstand aangevraagd met terugwerkende kracht over de periode van 1 januari 1999 tot 1 januari 2001. Het College van burgemeester en wethouders van Valkenswaard wees deze aanvraag af omdat achteraf de noodzaak van bijstand niet kon worden vastgesteld en er geen bijzondere omstandigheden waren die bijstand over een eerdere periode rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad overwoog dat volgens vaste jurisprudentie geen bijstand wordt verleend over een periode voorafgaand aan de datum van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
Appellante had in november 2000 wel jaarcijfers over 1999 overgelegd, maar dit werd niet als een aanvraag beschouwd. Er was geen bewijs dat zij eerder een aanvraag had ingediend of dat zij gegronde redenen had om de aanvraag pas in juni 2001 te doen.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde dat eerdere toekenningen van bijstand steeds pas met ingang van de datum van aanvraag plaatsvonden. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De bijstand met terugwerkende kracht wordt afgewezen vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden en een tijdige aanvraag.