ECLI:NL:CRVB:2005:AS7465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- C.P.M. van de Kerkhof
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht fictieve dienstbetrekking thuiswerkers
Appellante exploiteert een maatconfectiebedrijf en laat werkzaamheden verrichten door thuiswerkers, de betrokkenen. Na onderzoek concludeerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat deze betrokkenen in een fictieve dienstbetrekking werkten, waardoor appellante premies verschuldigd is sinds 24 mei 1995.
De rechtbank Alkmaar oordeelde dat aan de voorwaarden voor een fictieve dienstbetrekking was voldaan en wees het beroep van appellante af. In hoger beroep herhaalt appellante haar bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep volgt het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt vast dat betrokkenen persoonlijk werkten, gedurende een aaneengesloten periode van ten minste dertig dagen, en dat het inkomen voldeed aan de gestelde drempel.
Verder oordeelt de Raad dat betrokkenen niet als zelfstandigen kunnen worden aangemerkt, mede vanwege hun economische afhankelijkheid van appellante en het ontbreken van meerdere opdrachtgevers. De Raad bevestigt daarmee het standpunt van het Uwv en de rechtbank en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkenen in een fictieve dienstbetrekking werkzaam waren en appellante premies moet afdragen vanaf 24 mei 1995.