ECLI:NL:CRVB:2005:AS7569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- M.I. 't Hooft
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek vervanging bruikleenauto wegens adequaat openbaar vervoer
Appellant en zijn echtgenote ontvingen financiële tegemoetkomingen voor een bruikleenauto op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en later de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Appellant verzocht in 1999 om vervanging van de bruikleenauto, maar het Regionaal Indicatieorgaan oordeelde dat hij gebruik kan maken van het aanvullend openbaar vervoer (AOV), waardoor het verzoek werd afgewezen.
In 2001 diende appellant opnieuw een aanvraag in voor een bruikleenauto, die door de gemeente Zaandam werd afgewezen op basis van medisch advies dat het AOV voor appellant een adequate vervoersvoorziening is. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen.
In hoger beroep bestreed appellant deze uitspraak, met name het niet toepassen van de hardheidsclausule. De Raad concludeerde dat appellant objectief gezien gebruik kan maken van het AOV en dat de medische verklaringen geen afwijkend oordeel bevatten. Bovendien had de gemeente later met terugwerkende kracht de hardheidsclausule toegepast ten gunste van appellant. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: Het verzoek om vervanging van de bruikleenauto wordt afgewezen omdat appellant adequaat gebruik kan maken van het aanvullend openbaar vervoer.