ECLI:NL:CRVB:2005:AS7585
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als vervolgingsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs vrijheidsberoving
Eiseres heeft bij de Pensioen- en Uitkeringsraad een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering en bijzondere voorziening op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, stellende dat zij geïnterneerd was in kamp Kedunghalang tijdens de Japanse bezetting.
De aanvraag werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat eiseres vervolging in de zin van de Wet had ondergaan. De Raad bevestigt dit besluit, stellende dat onder vervolging moet worden verstaan vrijheidsberoving door opsluiting in kampen of gevangenissen met het oog op beëindiging van het leven of permanente bewaking.
De Raad kon geen objectieve gegevens vinden die het verblijf van eiseres in een dergelijk kamp bevestigen. Het kamp Kedunghalang functioneerde als opvang- en evacuatiekamp tijdens de Bersiap-periode en valt niet onder de Wet. Getuigenverklaringen waren onvoldoende en eerdere verklaringen van de moeder van eiseres ondersteunen het relaas niet.
Hoewel eiseres moeilijke tijden heeft doorgemaakt, voorziet de Wet niet in compensatie voor leed zonder de vereiste vrijheidsberoving. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van vervolging in de zin van de Wet.