ECLI:NL:CRVB:2005:AS7662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- C.H.T.W. van Rooijen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens vervallen procesbelang bij vervoersvoorziening
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam om haar aanvraag voor aanpassing van een vervoersvoorziening op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG) af te wijzen. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. Appellante stelde hiertegen hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de zitting van 24 november 2004 werd het onderzoek geschorst om partijen de gelegenheid te geven te beraden over een schikkingsvoorstel van de Raad. Partijen kwamen overeen dat gedaagde een eenmalig bedrag van € 2.054,50 aan appellante zou betalen tegen finale kwijting.
De Raad constateert dat door deze schikking het procesbelang van het hoger beroep is vervallen. Daarom verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen verdere inhoudelijke beoordeling van het geschil meer plaatsgevonden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na schikking.