ECLI:NL:CRVB:2005:AS8274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling verzekeringsplicht en boetebeschikking over jaren 1994-1999
De zaak betreft de vraag of betrokkenen in 1994 en 1995 voor gedaagde in een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding werkzaam waren. Na looncontroles legde appellant (voorheen Lisv, later Uwv) correctienota’s en boetenota’s op over de jaren 1994 tot en met 1999. Gedaagde stelde bezwaar in tegen deze besluiten, waarna de rechtbank deze beroepen gegrond verklaarde en de besluiten vernietigde wegens onvoldoende motivering en onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant wel degelijk onderzoek heeft gedaan, dat de rechtbank ten onrechte de besluiten vernietigde wegens motiveringsgebrek, en dat de derde richtlijn van de FBV-circulaire niet van toepassing is vanwege de aandelenverdeling. De Raad bevestigt dat betrokkenen onder gezagsverhouding werkzaam waren en dat gedaagde premies verschuldigd was.
De Raad stelt echter vast dat de boete over 1994 wegens schending van de redelijke termijn op nihil moet worden gesteld. De boete over 1995 kan niet gehandhaafd blijven omdat geen bezwaar is gemaakt. Voor de jaren 1996 tot en met 1999 wordt de boete verlaagd van 50% naar 37,5% conform het nieuwe boeteregime. Daarnaast veroordeelt de Raad appellant tot vergoeding van proceskosten aan gedaagde.
Uitkomst: De boete over 1994 wordt op nihil gesteld, de boetes over 1996-1999 worden verminderd naar 37,5%, en de besluiten van 13 december 2000 en 18 juli 2001 worden deels vernietigd.