ECLI:NL:CRVB:2005:AS8322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na wachttijd
Appellant, een zelfstandig scheepstimmerman, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens slijtage aan knieën en heupen met een eerste arbeidsongeschiktheidsdag vastgesteld op 1 april 2000. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid na de wettelijke wachttijd van 52 weken minder dan 25% bedroeg. Zowel de bezwaarprocedure als het beroep bij de rechtbank Arnhem werden ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de medische en arbeidskundige vaststellingen van het Uwv onderschreven. De Raad achtte de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag en de beoordeling van de beperkingen en verdiencapaciteit van appellant juist. De aangevoerde bezwaren over overschrijding van tilbelasting en bediening van een voetpedaal werden niet voldoende onderbouwd om het besluit te wijzigen.
De Raad concludeerde dat het verlies aan verdiencapaciteit niet 25% of meer bedroeg, ook niet bij toepassing van maximering van de restverdiencapaciteit. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt was na de wettelijke wachttijd.