ECLI:NL:CRVB:2005:AS8332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid niet rechtsgeldig verklaard
Gedaagde was sinds 1985 arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 80 tot 100% en ontving een WAO-uitkering. Appellant, het UWV, trok deze uitkering in 1999 in op grond van een verzekeringsgeneeskundig rapport dat stelde dat gedaagde minder dan 15% arbeidsongeschikt was. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de medische onderbouwing onvoldoende was, mede op basis van een deskundigenrapport van psychiater Nabarro die stelde dat gedaagde vanwege een recidiverende depressieve stoornis en fysieke aandoeningen niet in staat was tot arbeid.
Appellant stelde in hoger beroep dat de deskundige Nabarro het wettelijk interpretatiekader niet juist had toegepast, met name de standaard 'geen duurzaam benutbare mogelijkheden' zoals gecodificeerd in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. De Raad overwoog dat deze standaard een interne beleidsregel is voor verzekeringsartsen en dat de bestuursrechter en de deskundige niet aan deze standaard gebonden zijn bij het vaststellen van de feiten.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het onderzoek en de conclusies van de onafhankelijke deskundige Nabarro zorgvuldig en voldoende gemotiveerd waren. Het beroep van appellant faalde, en het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering werd vernietigd. Er werden geen proceskosten toegekend aan gedaagde, en appellant werd een griffierecht opgelegd.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering van gedaagde wordt vernietigd wegens ondeugdelijke medische grondslag.