ECLI:NL:CRVB:2005:AS8343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gedifferentieerde WAO-premie 2001 en procedurele aspecten
Appellante stelde beroep in tegen de vastgestelde gedifferentieerde premie WAO voor 2001, waarbij zes WAO-uitkeringen uit 1999 in aanmerking werden genomen. De rechtbank Roermond verklaarde het beroep grotendeels ongegrond, maar achtte het beroepschrift als bezwaar tegen individuele WAO-uitkeringen.
De Raad overwoog dat de rechtbank ten onrechte de medische besluitenregeling buiten toepassing liet en appellantes gemachtigde geen bijzondere toestemming gaf op grond van artikel 8:32 Awb Pro, terwijl deze als professioneel rechts-hulpverlener geen belemmering mag ondervinden. Daarom vernietigt de Raad het deel van de uitspraak over de uitkering van een betrokkene en wijst de zaak terug naar de rechtbank.
Verder bevestigt de Raad dat voor uitkeringen toegekend vóór 1 januari 1998, maar betaald in 1999, het vervolgbesluit uit 1998 geldt en artikel 87e WAO van toepassing is. Ook overweegt de Raad dat het UWV nog zal beslissen op bezwaar over een andere uitkering en dat de premiecorrectie daarop kan worden aangepast.
Ten slotte veroordeelt de Raad het UWV voor de proceskosten van appellante in hoger beroep en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het deel van de uitspraak over een WAO-uitkering wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank, het overige wordt bevestigd en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.