ECLI:NL:CRVB:2005:AS8375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beslissing over WAO-uitkering en ingangsdatum verhoging arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. Het UWV heeft deze uitkering op 1 juli 2000 gecontinueerd en vervolgens per 3 mei 2001 verhoogd naar 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, met name tegen de mate van arbeidsongeschiktheid en de ingangsdatum van de verhoging.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant, ondanks zijn medische beperkingen, geschikt was voor de door de arbeidsdeskundige voorgehouden functies. De Raad hechtte geen gewicht aan de subjectieve gezondheidsbeoordeling van appellant zonder medische onderbouwing. Ook werd overwogen dat appellant, gelet op zijn werkervaring en het beperkte taalniveau dat vereist is voor de functies, voldoende geschikt was.
Ten aanzien van de ingangsdatum van de verhoging van de uitkering stelde de Raad vast dat er geen objectieve medische aanwijzingen waren voor een eerdere toename van de arbeidsongeschiktheid. De vastgestelde datum van 3 mei 2001 werd als correct beoordeeld. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de besluiten over de WAO-uitkering worden bevestigd.