ECLI:NL:CRVB:2005:AS8380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij zijn arbeidsongeschiktheidspercentage werd vastgesteld tussen 15 en 25%. De rechtbank Utrecht had het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) in stand gelaten. Appellant voerde in hoger beroep onder meer aan dat de herziening in strijd was met het vertrouwensbeginsel en dat nieuwe medische verklaringen van zijn psychiater en fysiotherapeut onvoldoende waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet opgaat, omdat de WAO geen beperkingen kent aan herziening van een eenmaal toegekende uitkering zonder relevante wijziging in het medische of arbeidskundige toestandbeeld. De Raad vond het gewijzigde inzicht van het bestuursorgaan, gebaseerd op het rapport van psychiater Sonnen, voldoende onderbouwd en rechtvaardigde daarmee de herziening.
Verder werd geoordeeld dat de bezwaren tegen de geselecteerde functies en de belastbaarheid onvoldoende waren om het besluit te wijzigen. De Raad zag geen aanleiding tot heropening van het onderzoek en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het beroep van appellant af.