ECLI:NL:CRVB:2005:AS8452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies bij WAO-uitkering
Appellante heeft een WAO-uitkering aangevraagd wegens klachten aan haar rechter schouder. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast, waarna een arbeidsdeskundige passende functies selecteerde met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Na bezwaar en aanvullend medisch onderzoek werd de mate van arbeidsongeschiktheid bijgesteld naar 25 tot 35%.
De rechtbank vernietigde het oorspronkelijke besluit omdat een gebruikte functie in het FIS was geactualiseerd na de datum van de arbeidsongeschiktheid, en gaf opdracht tot een nieuw besluit. Gedaagde nam een nieuw besluit waarin opnieuw een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35% werd vastgesteld, gebaseerd op functies die op de juiste datum in het FIS voorkwamen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar belastbaarheid en geschiktheid voor de geselecteerde functies onjuist waren vastgesteld, onder meer vanwege klachten aan de nek. De Raad oordeelde dat de medische stukken en toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige geen aanleiding gaven voor een ander oordeel dan dat van de rechtbank en bevestigde het besluit.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en zag geen reden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak bevestigt dat de vaststelling van arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor functies binnen de WAO zorgvuldig en op juiste gronden is gedaan.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35% en geschiktheid voor geselecteerde functies wordt bevestigd.