ECLI:NL:CRVB:2005:AS8565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Eervol ontslag medewerker rechtbank wegens ongeschiktheid voor functie
Appellant, sinds 1982 werkzaam bij de rechtbank Breda, werd bij besluit van 22 januari 2002 eervol ontslagen wegens ongeschiktheid voor zijn functie, niet gebaseerd op ziels- of lichaamsgebreken. Het ontslag volgde na langdurige perioden van onvoldoende functioneren, conflicten met collega’s en leidinggevenden, en eigenmachtige gedragingen zoals het wijzigen van strafvonnissen.
De rechtbank ’s-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het ontslagbesluit. Appellant stelde in hoger beroep dat het ontslag onterecht was en dat hij recht had op een ontslagvergoeding. De Raad overwoog dat ongeschiktheid moet blijken uit het ontbreken van noodzakelijke eigenschappen, mentaliteit en instelling voor de functie.
De Raad vond dat gedaagde voldoende heeft gehandeld door appellant op zijn tekortkomingen te wijzen en hem ondersteuning te bieden, waaronder detachering en training, zonder het gewenste resultaat. De Raad oordeelde dat het ontslag in redelijkheid kon worden genomen en dat geen recht op ontslagvergoeding bestond. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het eervol ontslag wegens ongeschiktheid wordt bevestigd zonder recht op ontslagvergoeding.