ECLI:NL:CRVB:2005:AS8602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing hardheidsclausule bij aanvullende studiefinanciering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten waarbij haar aanvullende prestatiebeurs voor studiefinanciering over de jaren 2001, 2003 en 2004 op nul is vastgesteld. De rechtbanken Amsterdam en Utrecht verklaarden haar beroepen ongegrond. Appellante stelde dat vanwege bijzondere persoonlijke omstandigheden, zoals de schuldenlast van haar ouders, arbeidsongeschiktheid van haar vader, ziekte van haar moeder en haar eigen kosten en beperkte werktijd, de hardheidsclausule van de Wsf 2000 toegepast had moeten worden.
De Centrale Raad van Beroep heeft in hoger beroep geoordeeld dat deze omstandigheden niet als zeer bijzondere individuele omstandigheden kunnen worden aangemerkt die een afwijking van het wettelijk stelsel rechtvaardigen. De Raad benadrukt dat het niet willen laten oplopen van een hoge studieschuld begrijpelijk is, maar dit vormt geen grond voor toepassing van de hardheidsclausule.
Hierdoor wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en worden de eerdere uitspraken bevestigd. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad handhaaft hiermee het wettelijke kader voor studiefinanciering zonder afwijking op grond van de genoemde persoonlijke omstandigheden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de besluiten tot weigering van aanvullende beurs worden bevestigd.