ECLI:NL:CRVB:2005:AS8611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en geldigheid verzekeringsgeneeskundig onderzoek
De zaak betreft de herziening van een WAO-uitkering van een werknemer die sinds 1980 arbeidsongeschikt is. Het UWV had de uitkering per 4 september 2001 herzien van 80-100% naar 25-35%, gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig onderzoek van maart 2000. De werknemer stelde dat zijn gezondheid was verslechterd en dat het onderzoek niet actueel was.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar gegrond omdat het advies van de bezwaarverzekeringsarts onzorgvuldig was en een nieuw lichamelijk onderzoek had moeten plaatsvinden. Het UWV ging in hoger beroep mee met het belang van verificatie van medische gegevens, maar stelde dat dit voldoende was gebeurd via dossierstudies en contact met de cardioloog.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat gezien het tijdsverloop van meer dan een jaar en de door de werknemer gemelde verslechtering een nieuw verzekeringsgeneeskundig onderzoek noodzakelijk was. Dit was niet uitgevoerd en het gebrek was niet hersteld in de bezwaarprocedure. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering en de proceskosten van €644. Tevens werd een griffierecht van €409 geheven.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.