ECLI:NL:CRVB:2005:AS8635

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1588 TW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • J. Janssen
  • D.J. van der Vos
  • G.J.H. Doornewaard
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Opposant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet binnen de gestelde termijn was ingediend. Tegen deze beslissing diende opposant verzet in, stellende dat hij de uitspraak van de rechtbank te laat had ontvangen.

De Raad behandelde het verzet tijdens een zitting waarbij partijen niet verschenen. De Raad oordeelde dat de aangevoerde reden voor de termijnoverschrijding een herhaling was van eerdere argumenten en onvoldoende was om het verzuim te verontschuldigen.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan een herroeping van het besluit op grond van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd op 28 januari 2005 in het openbaar gegeven.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens termijnoverschrijding is ongegrond verklaard.

Uitspraak

04/1588 TW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats] (Marokko), opposant,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Opposant heeft bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank Amsterdam op 11 december 2003, kenmerk AWB 02/2998 TW, tussen partijen gegeven uitspraak.
Bij uitspraak van 13 augustus 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het hoger beroepschrift niet binnen de daartoe geldende termijn bij de Raad is ingediend.
Tegen deze uitspraak heeft opposant een verzetschrift ingediend gedateerd 9 september 2004.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 17 december 2004. Partijen zijn niet verschenen.
II. MOTIVERING
In het verzetschrift heeft opposant wederom aangevoerd dat hij de uitspraak van de rechtbank Amsterdam pas laat heeft mogen ontvangen.
Hetgeen door opposant in verzet is aangevoerd, is in feite een herhaling van hetgeen opposant reeds eerder als reden voor de termijnoverschrijding had aangevoerd en vormt naar het oordeel van de Raad onvoldoende grond om het verzuim van opposant te verontschuldigen en de Raad tot een ander oordeel te leiden dan is neergelegd in zijn uitspraak van 13 augustus 2004.
Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met het vijfde lid van artikel 8:55 van Pro de Awb ongegrond te worden verklaard.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. D.J van der Vos en mr. G.J.H. Doornewaard als leden, in tegenwoordigheid van J.E. Meijer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2005.
(get.) J. Janssen.
(get.) J.E. Meijer.
MH