ECLI:NL:CRVB:2005:AS8640

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/2166 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • C.G. Kasdorp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens te laat indienen beroepsgronden afgewezen

Opposante diende beroep in tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd verzet ingesteld. Tijdens de zitting verscheen opposante niet, terwijl geopposeerde werd vertegenwoordigd.

De Raad beoordeelde het verzet en concludeerde dat opposante geen voldoende gronden had aangevoerd om het verzet gegrond te verklaren. De door opposante aangevoerde slechte gezondheid werd niet voldoende ondersteund door medische verklaringen, aangezien de verklaring slechts rust voorschreef vóór de datum van het bestreden besluit. Hierdoor was niet komen vast te staan dat opposante gedurende de beroepstermijn niet in staat was het beroepschrift in te dienen.

De Raad oordeelde dat het verzet ongegrond is en wees het af. Er waren geen omstandigheden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 februari 2005.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/2166 WUV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[apposante], wonende te [woonplaats], Indonesië, opposante,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 29 juli 2004 het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit van 26 november 2003, kenmerk JZ/M60/2003/0927, niet-ontvankelijk verklaard aangezien het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.
Tegen die uitspraak is door opposante verzet gedaan bij brief van 25 oktober 2004.
Bij brief van 28 december 2004 heeft eiseres zich nader tot de Raad gewend.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 13 januari 2005. Daar is opposante niet verschenen. Geopposeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
De Raad stelt vast dat opposante in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.
Hiertoe heeft de Raad overwogen, dat hetgeen opposante in verzet aanvoert de Raad niet leidt tot het oordeel dat opposante door het te laat indienen van haar beroepschrift niet in verzuim is geweest. De door opposante aangegeven reden, haar slechte gezondheid, steunt niet op voldoende (medische) onderbouwing. Uit de door opposante overgelegde medische verklaring komt slechts naar voren dat opposante van 23 oktober 2003 tot en met 25 oktober 2003 rust moest nemen, een periode die gelegen is vóór de datum waarop het bestreden besluit aan haar bekend is gemaakt. Derhalve is niet komen vast te staan dat opposante de gehele beroepstermijn buiten staat is geweest een - desnoods summier - beroepsschrift in te dienen dan wel door een derde in te laten dienen.
Uit het voorgaande volgt dat het door opposante gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2005.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) J.P. Schieveen.
HD
17.01