Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2005:AS8817

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1277 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • C.G. Kasdorp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheidsverklaring wegens termijnoverschrijding in socialezekerheidszaak

Opposant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend. Hiertegen heeft opposant verzet aangetekend. Tijdens de zitting verscheen opposant niet, terwijl de geopposeerde werd vertegenwoordigd.

De Raad heeft het verzet inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat de aangevoerde reden, het wachten op het dossier, geen geldige grond is om het verzet gegrond te verklaren. De Raad benadrukt dat opposant een summier beroepschrift had kunnen indienen en later de gronden toelichten.

Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheidsverklaring van het hoger beroep wegens termijnoverschrijding.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheidsverklaring van het hoger beroep wegens termijnoverschrijding blijft in stand.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/1277 WUV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 1 juli 2004 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit van 22 december 2003, kenmerk JZ/060/2003, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.
Tegen die uitspraak heeft opposant verzet gedaan bij schrijven van 7 juli 2004.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 13 januari 2005. Daar is opposant, zoals vooraf bericht, niet verschenen. Geopposeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
De Raad stelt vast dat in verzet geen gronden naar voren zijn gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.
Hiertoe heeft de Raad overwogen dat de reden die door opposant in het verzetschrift is aangevoerd, te weten het wachten op zijn dossier, niet kan worden aangemerkt als een omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest.
Voornoemde omstandigheid laat immers onverlet dat opposant had kunnen volstaan met het indienen van een summier beroepschrift waarop in een later stadium de gronden zouden volgen.
Uit het vorenstaande volgt dat het door opposant gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2005.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) J.P. Schieveen.
HD
17.01