Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2005:AS8820

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1278 WUBO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • C.G. Kasdorp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdig indienen beroepschrift ondanks wachten op dossier

Opposant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. Hiertegen heeft opposant verzet aangetekend, stellende dat hij wachtte op zijn dossier.

De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld en vastgesteld dat het wachten op het dossier geen reden is om het niet tijdig indienen van het beroepschrift te rechtvaardigen. Opposant had een summier beroepschrift kunnen indienen en later de gronden kunnen aanvullen.

Daarom is het verzet ongegrond verklaard en is het eerdere besluit gehandhaafd. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. De uitspraak is gedaan door mr. C.G. Kasdorp in aanwezigheid van griffier J.P. Schieveen op 24 februari 2005.

Uitkomst: Het verzet is ongegrond verklaard en het beroepschrift blijft niet-ontvankelijk wegens niet tijdige indiening.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/1278 WUBO
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 1 juli 2004 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit van 22 december 2003, kenmerk JZ/060/2003, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.
Tegen die uitspraak heeft opposant verzet gedaan bij schrijven van 7 juli 2004.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 13 januari 2005. Daar is opposant, zoals vooraf bericht, niet verschenen. Geopposeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
De Raad stelt vast dat in verzet geen gronden naar voren zijn gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.
Hiertoe heeft de Raad overwogen dat de reden die door opposant in het verzetschrift is aangevoerd, te weten het wachten op zijn dossier, niet kan worden aangemerkt als een omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest.
Voornoemde omstandigheid laat immers onverlet dat opposant had kunnen volstaan met het indienen van een summier beroepschrift waarop in een later stadium de gronden zouden volgen.
Uit het vorenstaande volgt dat het door opposant gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2005.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) J.P. Schieveen.
HD
17.01