ECLI:NL:CRVB:2005:AS8915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking bij looncontrole en sociale verzekeringen
In deze zaak staat centraal of betrokkenen vanaf respectievelijk 1 juni en 1 juli 2001 werkzaamheden voor appellante in een privaatrechtelijke dienstbetrekking hebben verricht. Appellante, een besloten vennootschap actief in montage en reparatie van diverse beveiligings- en bouwsystemen, voerde aan dat geen sprake was van een gezagsverhouding en dat betrokkenen facturen indienden, waardoor geen loonbetaling zou zijn.
De looninspecteur van gedaagde voerde een looncontrole uit en concludeerde dat alle drie essentiële kenmerken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking aanwezig waren: gezagsverhouding, verplichting tot persoonlijke dienstverlening en loonbetaling. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat aanwijzingen niet automatisch een gezagsverhouding betekenen en dat betrokkenen zich niet verplicht hoefden te laten vervangen. De Raad oordeelde echter dat betrokkenen hun werkzaamheden persoonlijk verrichtten, zich niet lieten vervangen en dat de facturering als loonbetaling moet worden gezien. Ook was er sprake van werkgeversgezag, omdat de werkzaamheden wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering vormden en volgens montagevoorschriften werden uitgevoerd onder eindverantwoordelijkheid van appellante.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de verzekeringsplicht voor werknemersverzekeringen en de privaatrechtelijke dienstbetrekking. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkenen in privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam waren en verzekeringsplicht geldt.